Procenten berekenen
Eén invulveld voor drie vragen: hoeveel is x procent van y, wat wordt een getal na een stijging of daling, en hoeveel procent schelen twee getallen. De laatste levert twee antwoorden, en dat is met opzet.
Uw gegevens
Uw resultaat
Formule
Drie vragen die op procenten lijken
Hoeveel is 20% van 250? Vermenigvuldigen: 250 × 0,20 = 50.
Wat wordt 250 na 20% erbij? 250 × 1,20 = 300. En na 20% eraf: 250 × 0,80 = 200.
Hoeveel procent schelen 250 en 300? Dat is 20% erbij, en 300 is 120% van 250 — twee manieren om hetzelfde te zeggen, en dus twee regels in de uitkomst.
Erbij en eraf heffen elkaar niet op
Twintig procent erbij en daarna twintig procent eraf brengt u niet terug bij het begin. 100 wordt 120, en 20% van 120 is 24, dus u komt uit op 96.
Dezelfde rekenfout zit in het bord in de etalage: 30% korting en daarna nog 20% is 44% korting, niet 50%. De tweede korting gaat over wat er nog over is.
Procent of procentpunt
Loopt een rente van 4% naar 5%, dan is dat een stijging van 1 procentpunt — en van 25 procent. Beide getallen kloppen en ze meten iets anders: het procentpunt is het kale verschil tussen de twee percentages, de 25 procent is de relatieve stijging.
Het CBS en de meeste redacties gebruiken procentpunt om precies deze verwarring te vermijden. In de uitkomst hierboven is «verschil in eenheden» het procentpunt, als de twee getallen zelf percentages zijn.
Terugrekenen
Kent u het eindbedrag en het percentage, dan deelt u. Een bedrag van 121 waar 21% btw in zit, is 121 ÷ 1,21 = 100 — niet 121 min 21%, want dat is 95,59. Voor btw staat daar een eigen rekentool voor.
Hetzelfde bij een aanbieding: staat er «van 120 voor 84», dan is 84 ÷ 120 = 0,70, dus 30% korting.